laatste update 22.08.2010
Alliance Française des Pays-Bas
NieuwsbriefZendzend

recensies conférences 2005-2006

Kunst en de Middellandse zee dinsdag 27 sept 2005
Jean-Marie Homet
Geslaagde eerste avond Alliance Française
De cartografie speelde een belangrijke rol aan het begin van de conférence van Jean-Marie Homet. Zij waren de eerste kunstenaars rond de Middellandse zee aldus de spreker. De oud-zeeman, die na zijn pensionnering kunstgeschiedenis studeerde, toonde met veel verve oude kaarten (via dia’s) van het hem vertrouwde zeegebied. Vooral rond Marseille woonden veel cartografen die van origine nogal eens uit Arabië kwamen, maar ook de Nederlanders Blaeu maakten hier prachtige kaarten. In de Middeleeuwen zorgden de kruistochten hier voor een culturele opbloei, de kunstwerken werden sterk verhalend om zo de hele tocht in beeld te brengen.
Ten tijde van Lodewijk de 14e kregen de scheepsbouwers kans zich artistiek uit te leven in het kunstzinnig verfraaien van de boten, die in vreemde havens als een soort ambassadeur van de vorst lagen te pronken.
Een geliefd onderwerp voor een aantal schilders in dit gebied was de zogeheten “corrida maritime”, de tonijnvangst via insluiting van de vissen, waarbij het bepaald niet zachtzinnig toeging.
De zee was dan ook meestal vrij rood op deze schilderijen. De oriëntaalse invloed op de kunst is terug te vinden in veel prachtige villa’s aan de kust, vooral bij Estaque, waarvan een aantal voor het publiek geopend is.
Het Musée Fesch op het eiland Corsica, herbergt de grootste collectie schilderkunst rond de Middellandse zee. Dankzij een neef van Napoleon, de kardinaal Fesch, is hiervan een uitgebreide collectie in Ajaccio terecht gekomen.
Vele “baadsters in zee” passeerden de revue van Cézanne, Picasso en Matisse.
Matisse eindigde een stuk ingetogener, bij de Dominicaner nonnen, waar hij aan het einde van zijn leven prachtige glas-in-lood ramen ontwierp. Nog uren had M. Homet door kunnen vertellen. Het is zeker dat de toehoorders hem graag eens terug zien in Meppel voor een volgende meeslepende conférence.
 

Sur les traces du Paris disparu 11 oktober 200
Régis Lepany
Sporen van oud Parijs bij Alliance Française
In Meppel kennen wij het ook. Voortvarende bestuurders die menen dat een oud stadsbeeld vervangen moet worden door iets nieuws. Maar in Parijs heeft dit afbreken op veel grotere schaal plaatsgevonden, gelukkig zijn er nog sporen.
Régis Lepany heeft zich verdiept in het verleden van talloze monumenten in Parijs die om uiteenlopende redenen zijn afgebroken. Soms was stadsvernieuwing de reden, soms stadsverfraaiing, soms ook een soort vandalisme. De bekendste voorbeelden zijn de Bastille, het stadhuis en de Tuillerieën. Welke minder bekende gebouwen het slachtoffer zijn geworden van de afbraakpolitiek en wat er soms voor fraaie restanten zijn, kunnen we horen tijdens de conférence van M. Lepany. Hij vertelt aan de hand van veel dia’s hoe het in “Oud Parijs” toeging op het gebied van afbraak, nieuwbouw en stadsverfraaiing.

Te voet langs de Seine voor de Alliance Française 23 november 2005
Mme Mathilde Tans
Waar vind je zoal onderdak, wanneer je met een rugzak en een reisgenote op pad gaat om zoveel mogelijk langs de oever van de Seine te ontdekken? Een leeg huis van de Colonie des Vacances (kamers voor het uitkiezen), een chambre d’hôte, een plek in een vakantieoord van een groot bedrijf of gewoon de camping waar de burgemeester van het dorp, waar die overnachtingsmogelijkheid ontbreekt, je naar toe brengt. Vanaf de monding bij Tancarville tot aan de bron op het Plateau de Langres is heel wat moois te zien. Met schilderachtige dia’s van Romaanse kerkjes en prachtige oude huizen en kastelen konden wij de wandeling in etappes meemaken. Dorpjes die als het ware in de elleboogsholte van de Seine lagen of die vanaf een soort “balcon” op de Seine neerkeken, het was allemaal te bewonderen in prachtige beelden, tijdens deze conférence. Of het nu op het platteland was met vakwerkhuizen of in Parijs met zijn vele mooie bruggen en het eilandje met het hondenkerkhof, het had allemaal zijn eigen charme. Moeilijk om een keuze te maken waar de Seine eens wat beter te gaan bekijken, maar te voet moet je toch heel wat tijd nemen en misschien gewoon maar beginnen en kijken wat er op je pad “voorbij” komt.
Tijdens de drukke decembermaand organiseert de Alliance Française geen conférence. In de maand januari (op de 16e) vervolgen we weer het programma met een lezing over Franstalige verhalen uit Canada (en met name uit Quebec) een land waar nogal wat Nederlanders banden mee zullen hebben.

Meeslepende Canadese vertelkunst bij Alliance Française maandag 16 januari 2006
Mme Petronella van Dijk
Misschien komt het door het landschap met de vele bossen, meren en de enorme ruimte.
Misschien omdat de mensen er minder gejaagd leven en men de tijd neemt om naar elkaars verhalen te luisteren. Zeker is dat Madame Petronella van Dijk als voortreffelijk vertelkunstenares uit Canada met een minimum aan middelen (haar stem, mimiek en gesticulatie)haar toehoorders een avond lang wist te boeien met heel oude verhalen, waarin de natuur de hoofdrol speelde. Vooral het verhaal van François met de bochel (in 2 versies) was vrolijk en ontroerend tegelijk. Het blijkt voor volwassenen heel eenvoudig te zijn je in te leven in de wereld van dwergen die ’s nachts feesten en dansen op het mos begeleid door de vioolmuziek van François. Als beloning raakt hij zijn hinderlijke bochel kwijt en de belemmering om met zijn Pierette te trouwen is verdwenen. Beren, vossen, wolven en herten bevolken haar verhalen, in een land met zoveel natuur en miljoenen meren wekt dat geen verbazing. Het leven lijkt er heel eenvoudig; goed en kwaad zijn duidelijk te herkennen. Mocht er toch een duivel in het spel zijn, dan is hij met wat wijwater in een fles te vangen. Ook de wolf, die de wandelaar door het bos achterna zit, wordt op het allerlaatste moment met vioolspel verjaagd. Wegdromen bij zulke mooie verhalen, dat zou vaker moeten kunnen bij de Alliance Française.

Conférence over Toulouse Lautrec bij Alliance Française donderdag 9 februari
M. Cor van Vliet
Voor een kunstenaar lijkt een adellijke en welgestelde achtergrond vaak eerder een nadeel dan een voordeel. Zo ook voor Henri de Toulouse Lautrec, die daarnaast ook nog met de handicap van een groeistoornis (hij werd niet groter dan 1 meter 53) te maken kreeg.
Hoe hij ondanks dit alles vanuit het beschermende kasteel in Albi naar Parijs trok om zich daar een plekje in het kunstenaarscircuit te veroveren, werd vorige week met veel enthousiasme en kennis van zaken door Cor van Vliet tijdens een avond van de Alliance Française verteld.
De prachtige dia’s, die mooi in elkaar overvloeiden, illustreerden heel natuurlijk de woorden van de conférencier, die met overtuiging een volle zaal wist te boeien. De caféscènes of de cancandanseressen, met de benen in de lucht, van Toulouse Lautrec zijn uniek. Tot zijn bekendste werk behoren zonder twijfel zijn affiches en lithografieën. Gestileerde golvende lijnen, grote vlakken zwart en dan een felrode shawl van Aristide Bruant of het ook al weer rode haar van Jane Avril, danseres en zangeres, blijven op je netvlies hangen. Tussen de dames van plezier, waar hij van tijd tot tijd weken woonde, viel hij ook telkens weer op dat rode haar. Deze grote kleine man leefde kort (1864-1901), maar hij lééfde, en dat is nog steeds in zijn werk terug te zien. De heer van Vliet hoefde ons in zijn conférence niet meer te overtuigen, het werk van Toulouse Lautrec in Rotterdam te gaan zien. Voor iedereen was duidelijk dat zijn verzorgde lezing een prima voorbereiding was voor deze tentoonstelling die nog tot 5 juni in de Kunsthal te bezichtigen is.


Armagnac en de Gascogne bij de Alliance Française zaterdag 11 maart 2006
Madame Odile Bordaz
Zaterdagavond 11 maart komt Madame Odile Bordaz, op uitnodiging van de Alliance Française, met haar conférence over het befaamde digestief Armagnac. Zij vertelt eveneens veel over de Gascogne, de streek waar deze bijzondere drank geproduceerd wordt. Aan het einde van de Middeleeuwen werd Armagnac meer als een geneesmiddel tegen allerlei sterk uiteenlopende kwalen gezien, pas veel later werd het een streekproduct met veel prestige. De Gascogners, de bewoners van dit gebied, dat zich uitstrekt tussen de rivier de Garonne en de Pyreneeën, hebben een grote reputatie gehad als huursoldaten in het Franse leger. De armoede in deze streek dwong de mannen werk te zoeken in dienst van diverse krijgsheren. Ze kwamen thuis met prachtige verhalen, zodat het gezegde: “opscheppen als een Gascogner” vanuit deze achtergrond te begrijpen valt.