Laatste update 03-08-2016   

 

lijnheader 

Alliance Française des Pays-Bas

Trouw aan onze traditie gingen we ook dit seizoen in maart naar Parijs, de altijd zo boeiende stad waar steeds weer iets nieuws te beleven is! De begeleiders van de Alliance Française hadden opnieuw een interessant programma samengesteld met diverse onderdelen waaruit u zelf een selectie kunt maken.
Hieronder volgt een verslag van deze reis door Ali Glas, Josine de Groot-Tesch en Tracy van Poppel
 
 
Vrijdagavond, de eerste dag ben ik naar de Opéra Bastille geweest, waar de opéra L’Or du Rhin, de proloog van de opera Der Ring des Nibelungen (Le Ring) van Wagner uitgevoerd werd.
Het was een prachtige voorstelling met mooie muziek en geweldige decors. Het toneel was al heel groot, maar werd nog eens extra verdiept door een spiegel zo groot als het toneel zelf. Met een enorme zaag in tweevoud kon je zien hoe de schat, een grote bol goud tot kleine goudklompjes verzaagd werd. Aan het eind was het Walhalla gebouwd en konden de goden daarin wonen. De volgende drie afleveringen van deze opera worden de komende tijd ook vertoond. Na afloop van het concert hebben we met z’n vieren nog wat nagepraat op een terrasje over al het moois dat we gezien en gehoord hadden.
 

Een operazaal van een heel andere orde was de opera in het kasteel van Versailles. Als gewone bezoeker kom je daar niet in. De AF-Nijmegen heeft het voor elkaar gekregen een rondleiding te krijgen van Régis Berge, de architect en ‘chef du service de la conservation architecturale’ van het kasteel. Zo kwamen we in mooie gangen en kamers. Onder andere keken we van bovenin de kapel neer op de prachtige vloer. We bekeken de zaal van de kruistochten. In de muziekzaal waar vroeger geoefend werd, zag je nog de zware houten muziekstandaards, de grote kisten voor bladmuziek en instrumenten. Als een van de belangrijke bewoners van het kasteel jarig was, werd er een muziekstuk voor hem of haar gespeeld. Aan de binnenkant van een kastdeur zag je een heel oud papier hangen met die verjaardagen. Louis XIV was op 1 september jarig.
De operazaal was met veel goud versierd. De loges voor belangrijkste mensen konden worden gesloten met een ‘grille’ Een gedeelte van de vloer in de zaal kon op gelijke hoogte gebracht worden met het toneel. Een verdieping lager konden we de ruimte onder het toneel zien, een systeem van enorme houten balken, waar doeken e.d. opgehaald konden worden. Nu helaas niet meer in werking omdat het geheel gerestaureerd dient te worden en daar geen geld voor beschikbaar is. Er worden nog wel concerten gegeven, maar voor de veiligheid mogen er geen 1200 bezoekers in, maar 600.
We kwamen even in de drukte terecht om ook de Spiegelzaal te kunnen bewonderen. Daarna konden we een mooi werk van Arie Scheffer bekijken waar de intocht te Parijs van Louis-Philippe verbeeld was. Arie Schefferspecialist Leo Ewals vertelde met verve over deze van oorsprong Nederlandse Arie.
 
Zaterdagmorgen gingen we met een groep met Leo mee om de stadsontwikkeling vanaf de middeleeuwen te zien. Vanaf Place du Châtelet wandelden we door middeleeuwse straten. Achter de middeleeuwse muur was ruimte die niet bebouwd mocht worden omdat dat het schootsveld was. Later werd er wel gebouwd en kwam er een nieuwe muur om heen. We bekeken een kloostergang waar op dit moment een grote handelaar in oosterse kleden zijn waar verkocht. Met onze rug naar het Archives Nationales konden we een middeleeuwse toren uit ongeveer 1100 zien, prachtig versierd met mooi gekleurde stenen. Leo wist te melden dat bijna niemand die toren zag. Ik ben al vaak in Parijs geweest, maar deze toren had ik ook nooit gezien. We eindigden bij het Hôtel de Ville waar ook de ontwikkelingen in de tijd zichtbaar waren. Tijdens deze wandeling wees Leo ons erop dat als je goed kijkt, je overal initialen in de gebouwen kunt waarnemen. Hier kun je dan ook de geschiedenis van aflezen. Onder andere de letter N van Napoleon III, LP van Louis Philippe. Zelfs sommige winkeliers zetten hun initialen in eenzelfde mooi passend hekwerk boven de deur.

 
Waar ik ook van genoten heb is de grote overzichtstentoonstelling van de modeontwerper Yves Saint Laurent in het Petit Palais. 40 jaar mode, ruim 300 modellen, van smoking tot baljurk. De kleding werd heel overzichtelijk gepresenteerd en was opgesteld in 15 themazalen. Ik noem hier enkele thema’s zoals De jaren van Dior, Yves Saint Laurent en de vrouwen, Catherine Deneuve. In de zaal ‘Dans Le Miroir De L’Art’ kwam de Afrikaanse kunst aan de orde met parels van hout, raffia en koraal. In de ‘Dialogue avec L’Art’ liet de ontwerper in zijn kleding zijn bewondering zien voor kunstenaars zoals Van Gogh, Mondriaan, Picasso.
Ook de werkplek van YSL konden we bekijken. Aan de wand een tekening van het hondje van de ontwerper, getekend door Andy Warhol. Een mooie verzameling met stalen in allerlei kleuren en stoffen. Nog een hoogtepunt: een zaal met prachtige avondjurken en tot slot nog even een wand waar zo’n veertig smokings hingen.
Wie hier ook naar toe zou willen: de expositie is nog tot 29 augustus. Josine had kaartjes via Internet besteld, zodat we niet zolang hoefden te wachten.
 
Op de terugreis naar huis werden we aan het werk gezet: Franse spreekwoorden moesten bij de Nederlandse equivalenten gezocht worden. Een leuke bezigheid. De winnares kreeg een klein jeu-de-boulesetje. Dat viel zo in de smaak dat ze er meteen in de bus mee ging spelen. Met de film Paris, je t’aime kwamen we op een prettige manier weer thuis.
 
Ik vond het een afwisselend en geslaagd weekend en wil hiermee de begeleiders nogmaals bedanken.
 
Ali Glas
 
 
Parijs: bij Vatel, langs de meridaan en op de fiets
 
Op vrijdagavond heeft een deel van de groep kunnen genieten van een heerlijke, uitgebreide, door leerlingen van het Institut Vatel verzorgde maaltijd. Het ene gerecht verraste nog meer dan het andere, de drank vloeide rijkelijk en het dessert en de koffie met macarons, hoewel misschien iets te veel van het goede, maakten het tot een gastronomisch geheel waarvoor men zeker een keer wil terugkomen.
  
Op zaterdagochtend kon men meewandelen langs het eerste deel van de Hommage à Arago, een kunstwerk, als eerbetoon aan deze veelzijdige wetenschapper, van de Nederlander Jan Dibbets in de vorm van bronzen plaatjes langs de meridaan die Parijs van Zuid naar Noord doorkruist. Via het Collège Néerlandais van Dudok, door de hoofdingang van het Cité Universitaire op zoek naar het eerste plaatje bij het Maison de Cambodge. Aan de overkant van het Cité, door het Parc Montsouris met vele plaatjes van Dibbets en mooie doorkijkjes, naar het square Montsouris met prachtige, oude en erg dure huizen, dat uitkomt op een door Le Corbusier ontworpen huis. Langs een van de waterreservoirs van Parijs, via Villa Seurat met kunstenaarshuizen uit de jaren 20-30, door de rue Tombe-Issoire, richting het Jardin de l’Observatoire met de lege sokkel van het standbeeld van Arago, wat we gezien de tijd helaas niet gehaald hebben.
 ’s Middags kon men de route vervolgen vanaf het Place du Palais Royal en het Place Colette waar nummer 100 van het kunstwerk verborgen lag op een drukbezet terras. Langs de Cour d’honneur met de zuilen van Buren, door de tuin van het Palais Royal met het kanonnetje van Rousseau naar de rue Richelieu met het standbeeld van Molìere. Een stukje verderop door de prachtige Passage Choiseul waar de schrijver Céline als jongen gewoond heeft en waar een kaartje gekocht is voor Nico Nelissen die we helaas op onze reis moesten missen. Via de Rue Gramont met op het eind een prachtig uitzicht op de Sacré Coeur langs het voormalig hoofdkantoor van Crédit Lyonnais. Na een korte koffiestop op de boulevard Haussmann vol goede moed op weg naar Montmartre. Maar eerst nog even voorbij het Musée Gustave Moreau en over Place Pigalle. Langs het café Les deux Moulins uit de film Amélie wandelen we de Rue Lepic naar boven.

        

We proberen ons voor te stellen hoe Vincent van Gogh op nummer 54 het uitzicht vanaf de derde etage schilderend vastlegde voor Toulouse Lautrec. Boven aangekomen zien we één, nee twee molens de La Galette. De eerste, Blute-fin, blijkt de echte te zijn, de tweede, Radet, heeft de naam als restaurant gekregen. We maken nog een ommetje via Avenue Junot naar Place Dalida met de buste van de zangeres en sluiten af met een afdalinkje langs de wijngaard van Montmarte en het cabaret Le lapin Agile.
 
Terwijl op zondagmorgen het grootste deel van de groep naar Versailles trekt, stapt een select gezelschap op de fiets voor Paris Insolite, een tocht door het 13e en 14e arrondissement. De eerste stop is midden op een brug over de Seine met uitzicht op Île Saint-Louis en het Institut du Monde Arabe aan de overkant. Even verderop kijkt Geneviève, de patrones van Parijs, onze kant op om te zien of er gevaar dreigt. Onze enthousiaste gids neemt ons mee naar La Grande Mosquée de Paris en langs la Cité des artistes aan de boulevard Arago waar een brievenbus onder de poort bevestigt dat Mark Brusse daar nog steeds woont. Even op bekend terrein door het square Montsouris om vervolgens door te fietsen naar la Cité florale: grappige lichtgekleurde bakstenen huisjes die daar gebouwd zijn nadat de Bièvre, die er onderdoor stroomt, vanwege de vervuiling overdekt is. Een tijdje later weer een lieflijk wijkje met allemaal dezelfde huisjes alvorens we de Butte aux Cailles opfietsen voor een koffiestop. Een kalme sfeervolle zondagmorgen op een pleintje in  het 13e: de Place Verlaine. Ja, dit is ook Parijs! We genieten nog steeds als we de weg terug naar het beginpunt nemen, onze ogen uitkijkend in de rue Monge, als we het hoofdkantoor van Le Monde voorbijfietsen en de boulevard Beaumarchais oversteken. Paris à vélo, c’est plus que sympa!
Na een déjeuner in het vertrouwde Café de l’Industrie, nemen we op tijd de metro richting Place de l’Étoile. Nog net even tijd om het laatste stukje over de Champs-Élysées te flaneren.
 
Met de zon in de rug keren we huiswaarts. Blij en dankbaar na een zo goed verlopen, gezellig en ontspannen weekend, en dat niet in de minste plaats vanwege de vriendelijke, enthousiaste, en vrolijke deelnemers. Encore un très grand merci à tous !   
 
Tracy van Poppel
 
 
Vrijdagmiddag na aankomst met een groep de metro in en naar de Fondation Henri-Cartier-Bresson in het 14e arrondissement, in de buurt van het Gare Montparnasse. HCB was een bekend fotograaf uit de vorige eeuw, en de fondation van zijn naam organiseert tentoonstellingen voornamelijk gewijd aan bekende vakgenoten. Momenteel is er een tentoonstelling te zien over DOISNEAU, eveneens een bekend fotograaf uit dezelfde periode die werkte en leefde in Parijs en vooral bekend is om zijn foto’s uit de jaren 40, 50 en 60. Eén van zijn bekendste foto’s is: Le Baiser, een verliefd stelletje ergens op een drukke plek in Parijs op de gevoelige plaat gezet. De naam van de expositie is: “Du métier à l’oeuvre”: aan de hand van een honderdtal foto’s wordt er verteld dat hij oorspronkelijk het vak van graficus uitoefende, maar langzamerhand de kant opging van de fotografie. Hier zagen we foto’s van o.a. het Parijs in en vlak na de oorlog en dan met name in de banlieue. Vervallen huizen, grote armoede, maar toch ook weer kinderen die vrolijk spelen in een kapotte auto. Voor de tijd die wij hieraan konden besteden was dit precies goed: drie etages met veel interessante, soms ontroerende foto’s van een bijzonder goede kwaliteit.
 
Vrijdagavond woonde een groep een optreden bij van Michel Fugain, in het Alhambra (in de buurt van Place de la République). Na een voorprogramma van ongeveer een uur, gebracht door een onbekende artiest, kwam de ster zelf het podium op. Gedurende zeker twee uur wist hij de zaal te boeien met een aaneenschakeling van oude (Un beau roman, Fais comme l’oiseau) en nieuwere chansons, aan elkaar gepraat door hemzelf. We waren allemaal zeer onder de indruk van zijn grote vitaliteit (hij moet zeker over de 65 zijn): hij sprong, danste, praatte en vooral zong onvermoeibaar en werd begeleid door een zestal musici. Het is altijd een belevenis om in Frankrijk bij een concert van een geliefd artiest aanwezig te zijn, de zaal is enthousiast, zingt, klapt en danst mee.
 
Zaterdagochtend vertrok een groep naar de bekende begraafplaats Père Lachaise in het 20e arr. Ondanks alle slechte weersvoorspellingen was het droog en bleef het dat ook gedurende de hele dag. Deze overbekende begraafplaats is de bezienswaardigheid die in Parijs op de 4e plaats staat van de lijst van meest bezochte plaatsen.
Wanneer je door de hoofdingang naar binnen loopt, stap je ineens in een heel andere wereld. Je loopt door een stille, rustige stad met straten “bebouwd” met de meest uiteenlopende grafhuisjes en tombes. Soms is het even zoeken naar een bepaald graf, maar dan stuit je wel eens onverwacht op plaatsen waar personen begraven liggen die je er totaal niet had verwacht, zoals bijvoorbeeld een Nederlander uit Tilburg die meer dan 100 jaar geleden in Parijs een hoge functie bekleedde en het Légion d’honneur had ontvangen voor zijn verdienstelijk werk. We zagen graven van vele bekenden zoals Molière, La Fontaine, Chopin, Edith Piaf, Gilbert Bécaud, Oscar Wilde en nog vele anderen. Onmogelijk om in een tijdsbestek van twee uur het hele kerkhof goed te bezoeken. Een groot kenner van Père Lachaise die er rondliep vertelde ons nog dat onze landgenoot Karel Appel hier ook begraven ligt! (Helaas hebben we zijn graf niet kunnen vinden.)
Rond een uur of 12 liepen we weer naar buiten en lunchten bij ‘la Mère Lachaise’, zowaar op het terras in de zon!
 
Josine de Groot-Tesch
CitroënTV5 nieuw 2013Franse ambassade

 

Alliance-francaise.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluiten