laatste update 26.07.2010
Alliance Française des Pays-Bas
NieuwsbriefZendzend

 

Om u een beetje wegwijs te maken in de belangrijkste grammatica, volgt hieronder een overzicht met voorbeelden. Succes!!

Zelfstandig naamwoord
le substantif

Een zelfstandig naamwoord is de naam van een ding, persoon, gevoel, begrip, Meestal staat er een lidwoord (de, het, een..) voor, of je kunt die ervoor denken: een boom, een huis, een fiets, et cetera.

Het Frans kent mannelijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden. Of een woord mannelijk of vrouwelijk is, is vaak een kwestie van uit je hoofd leren. Bijvoorbeeld:  livre (boek) = mannelijk, maison (huis) = vrouwelijk. In bepaalde gevallen kun je van een mannelijk woord een vrouwelijk woord maken, door er een -e achter te plakken: Français is een Fransman, Française is een Française. Zelfstandige naamwoorden die mannelijk zijn en op -e eindigen, houden deze -e bij de vrouwelijke vorm. Dit geldt bijv. voor journaliste (m/v).

Er zijn zelfstandige naamwoorden die zowel in de mannelijke als vrouwelijk vorm hetzelfde worden geschreven. Een professeur kan zowel een leraar, als een lerares betekenen. En er zijn woorden die een identieke mannelijke als vrouwelijke vorm hebben, met een verschillende betekenis. Een bekend voorbeeld is tour. De mannelijke vorm betekent 'ronde', als in le tour de france (de ronde van frankrijk) maar de vrouwelijke vorm betekent 'toren', als in la tour Eiffel (de Eiffeltoren).

Het lidwoord
l'article

In het Nederlands kennen we de lidwoorden 'de', 'het' en 'een'. 'De' en 'het' zijn bepaalde lidwoorden en 'een' is een onbepaald lidwoord.

Lidwoorden gebruiken we in combinatie met zelfstandige naamwoorden: 'de tafel', 'een tafel', 'het huis', 'een huis'....Het onderscheid bepaald en onbepaald lidwoord bestaat ook in het Frans.

Het Frans kent de bepaalde lidwoorden le (mannelijk) en la (vrouwelijk). Voor een mannelijk woord komt het lidwoord le: le livre (het boek) en voor een vrouwelijk woord komt la: la maison (het huis).

Het onbepaalde lidwoord 'een'. Dit vertaal je in het Frans door un of une. Het lidwoord un komt voor mannelijke woorden te staan, en une voor vrouwelijke woorden: un livre (een boek) en une maison (een huis).

Voor een woord dat met een klinker of met een stomme 'h' begint, komt niet le of la te staan, maar l', of het een mannelijk of vrouwelijk woord is. Dus  l'argent (het geld) of l'hôtel (het hotel).

In het Frans is het,gebruikelijk om voor zelfstandige naamwoorden die landen en gebieden aanduiden een lidwoord te zetten (in tegenstelling tot het Nederlands) : Frankrijk is La France en Canada is Le Canada.

Hierbij geldt de regel: landen die eindigen op een -e zijn vrouwelijk en alle overige zijn mannelijk behalve le Mexique, le Mozambique, le Cambodge en le Zaïre.

Meervoud komt ook voor: Les Pays-Bas (Nederland, of letterlijk: De lage landen).

Bijvoeglijke naamwoorden stemmen in geslacht en aantal overeen met het zelfstandige naamwoord waarnaar ze verwijzen. Een bijvoeglijk naamwoord kan dus in totaal 4 vormen hebben. Veel bijvoeglijke naamwoorden zijn echter onregelmatig. Bijvoeglijke naamwoorden worden in de regel achter het zelfstandig naamwoord geplaatst. Een klein aantal wordt echter altijd vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst.

  Mannelijk Vrouwelijk
Enkelvoud grand grande
Meervoud grands grandes

Het bezittelijk voornaamwoord stemt in geslacht en aantal overeen met het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst.

  mannelijk vrouwelijk meervoud
mijn mon ma mes
jouw ton ta tes
zijn son sa ses
haar son sa ses
ons notre notre nos
jullie votre votre vos
hun leur leur leurs

Het Frans kent regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Van de regelmatige werkwoorden zijn er verschillende typen. De werkwoorden "zijn" en "hebben" zijn in het Frans, net als in de meeste talen, onregelmatig. Regelmatige Franse werkwoorden zijn in 3 groepen te verdelen. Werkwoorden eindigend op -er, -ir en -re. Door dit einde van het werkwoord te verwijderen houd je de stam over. Deze stam krijgt vervolgens uitgangen die afhangen van het persoonlijk voornaamwoord waar het bij hoort.

Werkwoorden eindigend op: -er -ir -re
1e persoon enkelvoud -e -is -s
2e persoon enkelvoud -es -is -s
3e persoon enkelvoud -e -it -
1e persoon meervoud -ons -issons -ons
2e persoon meervoud -ez -issez -ez
3e persoon meervoud -ent -issent -ent

Infinitief L'infinitif
te zijn être
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik ben je suis
jij bent tu es
hij / zij / het is il / elle est
wij zijn nous sommes
jullie zijn vous êtes
zij zijn ils / elles sont
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik was je étais
jij was tu étais
hij / zij / het was il / elle était
wij waren nous étions
jullie waren vous étiez
zij waren ils / elles étaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik ben geweest j'ai été

Infinitief L'infinitif
te hebben avoir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik heb j'ai
jij hebt tu as
hij / zij / het heeft il / elle a
wij hebben nous avons
jullie hebben vous avez
zij hebben ils / elles ont
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik had j'avais
jij had tu avais
hij / zij / het had il / elle avait
wij hadden nous avions
jullie hadden vous aviez
zij hadden ils / elles avaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gehad j'ai eu

Infinitief L'infinitif
te gaan aller
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik ga je vais
jij gaat tu vas
hij / zij / het gaat il / elle va
wij gaan nous allons
jullie gaan vous allez
zij gaan ils / elles vont
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik ging je allais
jij ging tu allais
hij / zij / het ging il / elle allait
wij gingen nous allions
jullie gingen vous alliez
zij gingen ils / elles allaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik ben gegaan (man) je suis allé
ik ben gegaan (vrouw) je suis allée
jij bent gegaan (man) tu es allé
jij bent gegaan (vrouw) tu es allée
hij is gegaan il est allé
zij is gegaan elle est allée
wij zijn gegaan (mannen) nous sommes allés
wij zijn gegaan (vrouwen) nous sommes allées
jullie zijn gegaan (mannen) vous êtes allés
jullie zijn gegaan (vrouwen) vous êtes allées
zij zijn gegaan (mannen) ils sont allés
zij zijn gegaan (vrouwen) elles sont allées

Infinitief L'infinitif
te rijden conduire
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik rijd je conduis
jij rijdt tu conduis
hij / zij / het rijdt il / elle conduit
wij rijden nous conduisons
jullie rijden vous conduisez
zij rijden ils / elles conduisent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik reed je conduisais
jij reed tu conduisais
hij / zij / het reed il / elle conduisait
wij reden nous conduisions
jullie reden vous conduisiez
zij reden ils / elles conduisaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gereden j'ai conduit

Infinitief L'infinitif
te komen venir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik kom je viens
jij komt tu viens
hij / zij / het komt il / elle vient
wij komen nous venons
jullie komen vous venez
zij komen ils / elles viennent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik kwam je venais
jij kwam tu venais
hij / zij / het kwam il / elle venait
wij kwamen nous venions
jullie kwamen vous veniez
zij kwamen ils / elles venaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik ben gekomen (man) je suis venu
ik ben gekomen (vrouw) je suis venue
jij bent gekomen (man) tu es venu
jij bent gekomen (vrouw) tu es venue
hij is gekomen il est venu
zij is gekomen elle est venue
wij zijn gekomen (mannen) nous sommes venus
wij zijn gekomen (vrouwen) nous sommes venues
jullie zijn gekomen (mannen) vous êtes venus
jullie zijn gekomen (vrouwen) vous êtes venues
zij zijn gekomen (mannen) ils sont venus
zij zijn gekomen (vrouwen) elles sont venues

Dit is natuurlijk maar een greep uit de werkwoorden die er bestaan.

Hieronder de benamingen in het Frans en in het Nederlands: 

zelfstandig naamwoord substantif
geslacht genre
mannelijk masculin
vrouwelijk féminin
onzijdig neutre
enkelvoud singulier
meervoud pluriel
werkwoord verbe
lidwoord article
voornaamwoord pronom
voorzetsel préposition
bijwoord adverbe
bijvoeglijk naamwoord adjectif
vergelijkende trap comparatif
overtreffende trap superlatif
naamval cas

 

http://www.lesexpres.nl/frans/

http://www.fransetaal.net/grammatica

http://www.fransetaal.net/toetsenbord..........Met dit online toetsenbord kunt u bijzondere Franse letters typen